|
overweging zondag 29 januari 2012
Het gebeurt wel eens dat je in een zaal zit, vol met mensen. Een geroezemoes van een heleboel stemmen en geluiden. Dan gaat opeens de deur open en komt er iemand binnen. En dat dan letterlijk: er komt iemand binnen. De stemmen vallen stil, het geluid verzwakt. Iedereen kijkt naar de deur en wacht tot de binnengekomene iets zegt. Zo iemand straalt gezag uit, komt met een boodschap.
Het kan ook anders. In dezelfde ruimte waar je zit, gaat de deur open en met een hoop bombarie komt er iemand binnen en loopt meteen naar de microfoon. Hij heeft een uniform aan waaruit blijkt dat hij bij de organisatie hoort. Hij begint te vertellen wat er allemaal moet gebeuren en wie dat moet doen. Degene die hier binnenkomt gebruikt zijn macht om te laten doen wat hem voor ogen staat.
We kennen allemaal het verschil: machthebbers en gezagdragers. Mijn leraar pedagogiek bracht het zo in beeld: macht is iets dat je neemt; gezag is iets dat je krijgt en wel omdat je iets te zeggen hebt. Bij gezag gaat het om de inhoud, het verhaal dat verteld wordt. Bij macht gaat het om de resultaten die afgedwongen worden. Bij een gezagdrager staat de boodschap, de inhoud centraal; bij een machthebber staat hij zelf centraal.
Jezus wordt in het verhaal van vandaag een gezagdrager genoemd. Hij sprak de mensen toe met gezag. En dan wordt er een voorbeeld aangehaald van een man die bezeten was door waanideeën. Jezus spreekt hem met gezag, maar ook streng. Hij legt hem het zwijgen op. En de onreine geest gehoorzaamt. De mensen vragen zich terecht af wie die man is die met zoveel gezag spreekt en optreedt.
Hier vallen dus heel duidelijk de inhoud en het resultaat samen. Jezus heeft iets te zeggen tegen die onreine geest. Het is geen holle boodschap zonder inhoud. Hij weet wat er gaande is en gebruikt zijn kennis, namelijk zijn geloof in het goede en in de liefde, om de man te genezen. Hij heeft geen macht over de man, noch over de onreine geest. En dan spreken de omstanders over een leer met groot gezag. Dat wil dus zeggen dat Jezus en iedereen die in zijn voetsporen wil gaan staan, vanuit zijn geloof iets te zeggen heeft. Daarvoor moet je daadwerkelijk geloven, met woord en daad.
En dan moet je soms zwijgen, zoals we in de eerste lezing hoorden. Zwijgen over dingen die onbelangrijk zijn, die niet ter zake zijn. Stil zwijgen tot je de vreemdeling verwelkomt; totdat je rechtvaardig handelt; totdat je je bekommert om anderen; totdat je Gods wegen gaat. Pas dan kun je met gezag spreken. Dan mag je niet meer zwijgen over wat jou bezighoudt, wat je voelt. Dan mag je je uitspreken over je machteloosheid, je leven van gisteren, vandaag en morgen.
Niet het aantal strepen op je mouw of de kleur van je revers op je jas, geven je recht van spreken en handelen. Niet de pet of ander uiterlijk vertoon, niet de spierkracht en het gewicht maken dat er naar je geluisterd wordt. Alleen wat je in je hart meedraagt, wat het leven jou gegeven heeft; dat laat jou spreken en handelen, zonder dat je er recht op hebt.
Wanneer ik bij mensen op bezoek kom, gebeurt het dat het gesprek niet wil vlotten, ergens zit er een obstakel of een drempel. Alsof je elkaar niets te zeggen hebt. Vaak heeft het dan met vertrouwen te maken. Iemand die een ander kan vertrouwen, kan hem ook gezag geven, iets laten zeggen. Waar geen vertrouwen is, heeft niemand iets te zeggen. En dat vertrouwen moet groeien, kan er niet zomaar plotseling zijn. Vanuit een stilte, een schoorvoetend zoeken naar de juiste woorden, kan er vertrouwen ontstaan. En dan luisteren wat er in de ander leeft aan verlangen, hoop, pijn, zorgen en verdriet. Maar ook aan vreugde en blijheid, spontaniteit en levenskracht.
Dat te delen vanuit een gelijkwaardige positie, dat is solidariteit zoals we die voor iedereen wensen, zoals Jezus voorstond in zijn leven. Niet de macht van de witte jas, maar het gezag van de dokter die over zijn brilletje heen kijkt, diep in jouw ogen, omdat je mens bent, en geen patiëntendossier met een nummer.
Kunnen wij dat? Zomaar bij iemand zitten en in gesprek gaan over wat de ander bezighoudt? Hebben wij daadwerkelijk iets te zeggen aan de ander?
pastor Fons Boom o.praem |